Rebiya Kadeer, geboren op 15 november 1946 in Altay City, Xinjiang, China, is een prominente Oeigoerse ondernemer, politiek activiste en mensenrechtenverdediger. Ze wordt algemeen erkend als een van de meest invloedrijke figuren in de Oeigoerse diaspora en heeft gediend als voorzitter van zowel het Wereld Oeigoeren Congres als de Uyghur American Association.
Kadeer begon bescheiden en groeide uit tot een van de rijkste personen in China. Na een scheiding op 28-jarige leeftijd startte ze een succesvolle wasserij om haar kinderen te onderhouden. Later breidde ze haar ondernemingen uit naar de handel in goederen, vastgoed en detailhandel, en richtte uiteindelijk een warenhuis en een multinationaal conglomeraat op in Ürümqi. Begin jaren negentig werd ze algemeen erkend als een van de rijkste vrouwen van China.
In de jaren negentig werd Kadeer aanvankelijk omarmd door de Chinese overheid, die haar succes gebruikte als symbool voor de integratie van de Oeigoeren. Ze bekleedde verschillende prominente functies, waaronder afgevaardigde bij de Politieke Consultatieve Conferentie van het Chinese Volk, lid van het Nationaal Volkscongres en afgevaardigde bij de Vierde Wereldvrouwenconferentie van de Verenigde Naties in 1995. Ze hield zich ook bezig met filantropie en richtte in 1997 de 'Thousand Mothers Movement' op om beroepsopleidingen en economische zelfstandigheid te bieden aan Oeigoerse vrouwen.
Haar relatie met de Chinese overheid verslechterde echter nadat ze openlijk kritiek begon te uiten op het overheidsbeleid en begon op te komen voor de rechten van het Oeigoerse volk, met name na het harde optreden tegen Oeigoerse demonstranten in Ghulja in 1997. In augustus 1999 werd Kadeer gearresteerd op weg naar een ontmoeting met een bezoekende Amerikaanse congresdelegatie.
In maart 2000 werd ze in een gesloten proces veroordeeld voor het 'lekken van staatsgeheimen' en kreeg ze een gevangenisstraf van acht jaar. Haar gevangenschap trok aanzienlijke internationale aandacht, wat leidde tot diverse mensenrechtenprijzen, waaronder de Rafto-prijs voor de Rechten van de Mens in 2004.
Onder internationale druk werd Kadeer in maart 2005 om medische redenen vrijgelaten. Na haar vrijlating emigreerde ze naar de Verenigde Staten, waar ze haar pleitbezorging voor de Oeigoerse zaak voortzette. Ze is meerdere malen genomineerd voor de Nobelprijs voor de Vrede en is de auteur van de memoires 'Dragon Fighter: One Woman's Epic Struggle for Peace with China'.